Main menu:
Fotografie cursus > Vervolg cursus
Les 9 (25-02-2010)
Opdracht = Gedicht.
De bedoeling is om nav 1 van de 2 gedichten de gedichten een aantal / serie foto's mee te nemen naar de volgende bijeenkomst, liefst gemaakt tussen nu en de volgende bijeenkomst.
Geen letterlijke vertaling graag, maar 'in de sfeer van'. Lees de tekst een paar keer. en een paar dagen. Kijk / voel wat blijft hangen en laat je op grond daarvan inspireren.
Liefst geen kat en geen jongen, tenzij ... heel poetisch in beeld gebracht.
Ik heb gekozen om de symbolische elementen na de dood te fotograferen.
Klik op de foto voor een vergroting
De jongen
Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
Willoos het hoofd hangen op het kozijn-
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.
Hij dacht weer aan den ouden vreemdeling
Die 's middags in het herbergtuintje sliep-
Zij stoeiden om hem heen, en iemand riep
Hem wakker, en hij zat dwaas in hun kring.
Zijn verre blik zwierf langs hun oogen weg,
Hij zei:-(zijn baard was om den glimlach grijs)
'Jongens, het leven is een vreemde reis,
Maar wellicht leert een mensch wat onderweg.'
Toen was het of een deur hem open woei
En hij de verten van een landschap zag,
Hij zag zichzelf daar wand'len in een dag
Zwellend van zomer en van groenen groei.
De weg buigt om en men keert nooit terug-
Hij kon zijn hart als voor 't eerst hooren slaan,
Hij heeft zijn schoenen zacht weer aangedaan
En sloop door 't tuinhek naar de kleine brug.
Martinus Nijhoff Uit: Vormen, 1924.
EEN KAT IN EEN LEGE WONING
Doodgaan - dat doe je een kat niet aan.
Want wat moet een kat in een lege woning beginnen.
Tegen de muren lopen.
Langs de meubels wrijven.
Zogenaamd niets veranderd, maar toch alles veranderd.
Zogenaamd niets verplaatst, maar toch alles opzij geschoven.
En 's avonds schijnt de lamp niet meer.
Stappen op de trap, maar niet die stappen.
De hand die de vis op het bordje legt is ook niet de hand die dat deed.
Iets begint hier niet om zijn gewone tijd.
Iets gaat hier niet zo als het moet.
Iemand was hier steeds, verdween toen plotseling en blijft koppig weg.
In alle kasten gekeken.
Alle planken afgerend.
Onder het kleed gekropen en gecontroleerd.
Zelfs het verbod getrotseerd en de papieren rondgestrooid.
Wat is er meer te doen.
Slapen en wachten.
Als hij nou nog terugkomt, zich hier durft te vertonen,
dan zal hij het weten: zo ga je niet met een kat om.
Stapje voor stapje naar hem toe, als met de grootste tegenzin,
op zijn elfendertigst, op diepbeledigde poten.
En om te beginnen niks geen gespring en gepiep.
Wislawa Szymborska, uit Einde en begin (1993)


